P(R)IETPRAAT – Zieke digitalisten

Psycholoog Manfred Spitzer schreef een zeer interessant boek met de weinig verhullende titel Digiziek. Deze wetenschapper van Duitse afkomst heeft vier jaar geleden het boek Digitale Dementie gepubliceerd.

Spitzer schopt met zijn studies én zijn boeken tegen heilige huisjes: de snelle ontwikkeling van onze digitale wereld in al zijn vormen en verscheidenheid. Donkere wolken trekken aan ons voorbij zonder dat we dat allemaal beseffen en naïeve politici schijnen niet door te hebben wat er echt gaande is. Wetenschappers als Spitzer voelen zich soms een roepende in de woestijn.

Je kunt bijna geen mens meer tegenkomen zonder een smart-phone in de hand. Zodra je denkt in contact met iemand te zijn, heeft die zijn of haar blik er al weer op gericht. In het slechtste geval bewegen de vingers al weer om een bericht te beantwoorden. Vanwaar dit hinderlijke en hoogst irritante gedrag? Omdat je niks wilt missen, geconnect wilt blijven en op zoek bent naar bevrediging van digitale honger.

Het probleem is eigenlijk veel groter: we hebben onszelf ingeprent dat we iets wezenlijks missen als we ons niet op deze manier gedragen. Ik durf te beweren dat het een hersenverzinsel is dat een eigen leven is gaan leiden. Ik ben niet tegen vooruitgang, maar wel tegen de uitwassen daarvan. NOMOFOBIE (No Mobile Phone Fobie) zorgt voor angstverschijnselen en slaaptekorten. Wat mis je als de telefoon niet op het nachtkastje ligt: NIETS!

Smartphonegebruik (Facebook en chatten, etc.) en multitasking hebben een negatief effect op studieprestaties van kinderen. Deze bijwerkingen zijn onder meer concentratieproblemen en significant slechtere schoolprestaties.

Momenteel bezit al meer dan 86 procent van alle Nederlanders boven de 12 een smartphone. Steeds meer raakt men afhankelijk van digitale netwerken en komt informatie digitaal tot ons. De digitale epidemie die over de aardbol raast, raakt ook het onderwijssysteem en vooral het niveau van ons onderwijs. De ontwikkeling van de taal bij een kind is een poort tot het intellectuele leven. De dialoog met de medemens stimuleert in cognitief en sociaal opzicht. Het voorlezen van een boek bijvoorbeeld werkt in de dialoog tussen kind en ouder of leerkracht stimulerend. Het schrijven van woordjes, een stuk tekst en zelfs spiekbriefjes zorgen voor een effectief leerproces; het beklijft allemaal.

E-books als leermiddel en het massief inzetten van tablets op (lagere) scholen zorgen voor afnemende schoolprestaties. De cognitieve vaardigheden worden veel slechter ontwikkeld. Intensief gebruik van digitale media – en zeg inmiddels maar rustig internetverslaving – zorgt dus voor een heleboel negatieve bijwerkingen waarvan we de gevolgen pas in de volgende generatie zullen tegenkomen.

Of het nu gaat om slaapproblemen, emotionele onrust, toename van obesitas, digitaal autisme, minder deelname aan het sociaal verkeer en cognitieve killers, het zijn allemaal (onbedoelde) gevolgen van (on)doordacht gebruik van wat de techniek ons te bieden heeft. En dat doen dus de zieke digitalisten.

Naar nieuwsoverzicht